Website by Intertext Boekproducties

middenzuil
testbannergp
balkboven
welkom1
Bio1
Biblio1
Contact1
Gasten1
Guy Prieels

Boekvoorstelling De meester, de muze & de eeuwigheid

 

Toespraak door Kurt Van Eeghem

 

Wat is dat toch met de Leiestreek. Exact 90 jaar geleden verscheen bij Van Dishoek Gent/Bussum het diep in het vel snijdende Tantes van Cyriel Buysse. Een verhaal over hebzucht en liefdeloosheid dat zich afspeelt in de bochten van de, toen nog, ongerept kronkelende rivier. De tweede Latemse School met Permeke, Gust en Leon De Smet en andere Van den Berghe’s plaatste het Vlaams expressionisme op de internationale kaart en zou later het dorpje omvormen tot een bedevaartsoord voor kunstliefhebbers en meteen ook tot een verderfelijke kweekvijver van mercantiel aberrant gedrag en artistieke schaduwgevechten. Laat dat allemaal samen nu de soep zijn waarin Guy Prieels vrolijk gaat roeren in zijn nieuwste boek dat, hoe kan het ook anders, aan de oevers van die Leie zijn soms hilarische ‘couleur locale’ krijgt. Een rivier waarvan Guy Prieels elke bocht kent en bemint.

In één van de meanderende kilometers van dat vlassende water schurkt het dorpje Machelen zich tegen de oever aan en in dat oer-Vlaamse dorp laat de schrijver zijn op geld, macht en verraad terende anti-heldin Louise Baksteen haar vreemde gangen gaan. Louise, een voornaam die ons naar zurig ruikende kloosters leidt, Baksteen, een achternaam die de onderbuik van elke Vlaming beroert.

Vooraleer ik u Louise verder uit de doeken doe, wil ik dolgraag nog even vertoeven bij de tantes van Cyriel Buysse. Dit boekje, je bent er op enkele uren doorheen gefietst, is een ‘keiharde stomp in de maag’. Magistraal en zonder mededogen wordt ons duidelijk hoe inhaligheid, pure ‘greed’, mensen kan omvormen tot hypocriete en zichzelf verloochenende verraders. De drie tantes, verbitterd om de liefdeloosheid van hun bestaan, hebben maar één doel voor ogen: er voor te zorgen dat hun nichtjes, die met gevoel voor drama eveneens met zijn drieën zijn, al even erg zullen leiden onder een gebrek aan liefde en daaruit voortvloeiende hardvochtigheid. Nee, zij mogen het niet beter hebben, ook zij moeten stikken in hebzucht en liefdeloosheid. Om dat doel te bereiken zetten de tantes hun meest zielige eigenschappen in stelling. De tantes zijn ontzettend rijk en erfgenamen zoals de nichtjes, die op dat vele geld uit zijn, moeten en zullen lijden. Omdat de tantes en uiteraard ook hun God, gemaakt naar hun beeld en gelijkenis, het zo willen.

U moet dit verhaal van Cyriel Buysse dringend lezen of herlezen want geen schrijver na hem heeft met groter virtuositeit de hebzucht van de mens, in onze taal, beschreven. De meesterlijke Buysse vertoefde tot op heden op een eenzame hoogte. Tot nu toch, want kijk.

Het is frappant dat net in diezelfde Leiestreek Guy Prieels de taak op zich nam om dat schone onderwerp van de allerdiepste, meest verachtelijke hebzucht, met hernieuwde kracht aan te pakken en er zo alweer voor te zorgen dat ondergetekende met een ‘flinke stomp in de maag’ zat na te hijgen nadat hij het boek in één ruk had verorberd. En kijk, het water van de Leie blijft stromen.

Ter zake nu. De meester, de Muze & de eeuwigheid van Guy Prieels leidt ons naar het ooit schone maar nu, zoals zowat alles in dit land, totaal verknoeide Machelen aan de Leie. Daar is de gevierde postexpressionist, luminist en abstract kunstenaar Corneel Barbeel sinds mensenheugenis levend en werkend. Deze deelgemeente van het voetbalnest Zulte ligt aan een oude Leie-arm op een boogscheut van de E17. Een boogscheut die net voldoende groot is om zowat niemand er toe te verleiden de snelweg af te rijden teneinde bijvoorbeeld de fraaie Sint Michiel-en-Cornelius-en-Ghislenuskerk te bezoeken. Jawel, niet minder dan drie heiligen trachtten al sinds een tiental eeuwen het dorpje te behoeden voor rampspoed en onheil. Tevergeefs zo blijkt uit de lectuur van Guy’s briljante boek.

De door hem beschreven schilder Corneel Barbeel is stokoud, verliest na enkele hoofdstukken zijn vrouw, met wie hij al vele tientallen jaren lief en leed deelt. De ‘conterfeiter’ zou wellicht zelf, in opperste geluk want hogelijk bewust van zijn eigen ongekend genie, de aardkloot vaarwel zeggen één van de komende maanden of jaren, ware er niet de reeds vernoemde Louise Baksteen, een vrouw die in alles minabel is behalve in het ruiken van geld en macht. Zij zal er voor zorgen dat de rustige ‘oude dag’ van de gevierde schilder niet alleen maar gevuld wordt met meervoudige huldes en geregeld een pralineke nuttigen onder goede vrienden.

Corneel is na zijn lange leven van hard werken, gierig oppotten en, laten we wel wezen, behept met een enigmatisch talent, een levende – zij het ondertussen moeizaam levende – legende. Dat drukt zich uit in het bezit van een schoon doeninge bestaande uit een goed gevuld atelier, een instapbrandkast vol kostbaarheden en, je gelooft het nooit, een museum dat hij ter meerdere eer en glorie van zichzelf heeft laten bouwen door een sterarchitect.

Net als Cyriel Buysse laat Guy Prieels ons genieten van een prachtig exposé. De schets van de protagonisten, de fameus dementerende vrouw van Corneel, de uitgebreide slipstream aan medewerkers, kunstkenners, goede en minder goede vrienden van de meester, tot en met mijnheer pastoor, u weet wel, van die kerk met de drie heiligen, zorgt voor hilarische momenten. En als mevrouw Louise Baksteen ten tonele verschijnt laat Prieels alle teugels vieren en leest dit toch scabreuze verhaal van het ene lachsalvo naar het andere. Toch brengt de spannende thriller ons van de ene ontknoping naar de andere ontluistering.

Nogmaals, ik weet niet wat er door de Leie stroomt maar dat er naast een flinke dosis ironie, ook heel wat hebzucht wordt meegevoerd, daar hoef je geen seconde aan te twijfelen. Het moment waarop La Baksteen haar opwachting maakt is een schilderij waarop je probleemloos de volledige geschiedenis van het door de NVA zo gewenste Vlaanderen, ons Vaderland, kunt ontdekken. God, Geld en Gat, zo lees ik letterlijk, zijn de verschillende groenten waarmee hier een Vlaams ‘soepje’ wordt gemijoteerd.

Had ik al gezegd dat de genaamde Louise Baksteen zowat een halve eeuw jonger is dan de gevierde Corneel Barbeel. Nee! Welnu, dit heeft zo zijn belang. Want u kunt het al raden, Louise wil zo snel mogelijk de net niet uit elkaar vallende God met haar Gat naar het Geld leiden. Geld dat ze met haar van grijphonger vervuld lijf wil bezitten. Niet zo maar enkele gouden dukaten die eventueel van de grote berg naar beneden rollen, nee, Baksteen wil alles. Baksteen wil de hele zwik en heeft daar alles voor over. Niemand zal ook maar een streepje verf waar ook op aangebracht van HAAR stelen. Zij, de enige ware erfgenaam, de behoeder van de afvallige, de redder van het erfgoed! Lees hoe ze haar web spint, lees hoe ze Corneel laat dansen als een vlinder rond een brandende kaars, hoe ze hem de handtekeningen ontfutselt die een huwelijksoorkonde, een erfoverdracht en andere malafide papieren sieren. Lees kortom hoe ze hem daarna laat stikken in zijn gammel gebeente en hoe ze uiteindelijk als een gloriërende surrogaat Godin over haar wereld – de wereld van wijlen Corneel Barbeel, gaat heersen. Het is prachtig hoe Guy Prieels je uiteindelijk ‘de stomp in de maag’ bezorgt. Ik kon de pagina’s van het boek niet snel genoeg doorkomen, zuchtig als ik was naar meer onthullingen over zijn prachtige creatie.

Een creatie, natuurlijk, ik zeg het met nadruk. Zeker nu ik in een gezaghebbend dagblad mocht lezen dat Guy Prieels zich voor dit verhaal zou hebben laten inspireren door waargebeurde feiten. Daar mag je toch niet aan denken. Moet ik dan, negentig jaar na datum, er ook maar van uitgaan dat Cyriel Buysse zich zou hebben vergrepen aan waargebeurde feiten? Ik weiger dat zo maar te aanvaarden. Buysse en Prieels zijn schrijvers, kunstenaars. Het spreekt vanzelf dat ik dat nauwgezet heb nagetrokken.

Uiteraard zal niemand hier aanwezig het ontkennen, er woonde tot voor kort een gevierde schilder in Machelen aan de Leie, en warempel, een museum is ook daar, wanneer het niet is verzegeld, het bakstenen bewijs van. Maar komaan zeg, wij hier aanwezig, behalve misschien de door Louise gestuurde advocaat, weten verduiveld goed het verschil tussen fictie en realiteit te herkennen. Zo is er geen enkel personage in dit boek dat ook maar op enige manier bedoeld is als portret van enige persoon of combinatie van personen, levend of dood. Het staat, voor zover dat nodig was, op de eerste pagina gedrukt. Guy Prieels heeft echt wel fantasie voldoende in de aanbieding om een verhaal te verzinnen. Hij is een romancier, en wat voor één. Ik heb zijn vorige prachtboek mogen inleiden en andere werken die ik in het verleden las hadden mij al terdege verzekerd van zijn ongekend talent om verzinsels zo werkelijk te laten klinken dat ze die bewuste ‘stomp in de maag’ kunnen veroorzaken. Trouwens, een dergelijk onmens als Louise Baksteen, zo perfide, zo grondig slecht, je mag er toch niet aan denken dat zo iemand echt zou bestaan!

Dus laten we de auteur eren om alweer een fantastisch verzinsel, goed verteld, in een wervelende taal. Tot meerdere eer en glorie van onze literatuur.

Mocht u er toch iemand in herkennen, wees dan blij, het is het bewijs van schrijver’s kunde. Niet iedereen is in staat om zo prangend te schrijven. Ik zei het al, je moet al negentig jaar terug in de tijd.

toespraak

Boekvoorstelling, KANTL Gent, 11 mei 2014

terug
fragment
kurtguyleo
recensie
Welkom Reacties