Website by Intertext Boekproducties

middenzuil
testbannergp
balkboven
welkom1
Bio1
Biblio1
Contact1
Gasten1
Guy Prieels

Fragment uit Duisterlicht

 

De Groote Oorlog

 

Mijn hand is gezegend, mijn vingers hebben toverkracht. Rond de speeltafel heeft zich een groepje mensen gevormd dat het allemaal wil zien met eigen ogen. Het gebeurt zelden maar het gebeurt toch. Ze kijken er naar om hun geloof in het lot niet te verliezen, want morgen kunnen zij evengoed aan de beurt zijn en een fortuin binnenrijven.

Ik moet werkelijk voor het geluk zijn geboren hoewel ik daar voorheen nog niet zo veel heb van gemerkt. Beginnersgeluk, zeker? Alles wat ik aanraak verandert in goud. Ik lijk wel koning Midas. Poker, blackjack, roulette, geen enkel spel heeft een geheim voor mij. Het bolletje valt steevast in het juiste vakje op de juiste kleur, de dobbelstenen lijken wel getrukeerd en de kaarten doorgestoken, elke fiche die ik inzet keert terug in de vorm van een stapeltje.

PS, die diep in het rood zit, komt zijn gokwoede aan mijn zijde botvieren door mij allerlei instructies in te fluisteren. Iedereen staat klaar met goede raad maar ik luister naar niemand. Ik kies lukraak kleuren en cijfers, alsof het mij allemaal is ingegeven. Gokken doe ik zuiver vanuit een buikgevoel.

Hoewel de speelkoorts me goed te pakken heeft, blaas ik de partij af als het geluk mij voor het eerst in de steek laat. PS zit me aan te porren om door te gaan maar ik wil het lot niet uitdagen. Genoeg voor vandaag. Er ligt een berg fiches voor mijn neus die helemaal van mij zijn en die ik zonder dralen wil inwisselen voor baar geld. Het zal van pas komen. PS wil echter van geen ophouden weten tenzij ik hem beloof dat wij al dat mooie geld van hieruit recht naar de hoeren dragen. Goed, zeg ik, om van zijn gezeur af te zijn.

Hij neemt me op mijn woord. We zwalpen van het ene bordeel naar het andere en daar zijn er heel wat van in Oostende. Gele bubbeltjes, tieten en kutjes tot we er scheel van zien. ’t Is flink tegen mijn zin maar PS bedient zich als in de supermarkt, hij zit overal met zijn vingers aan. ’t Is een verdomd hete kater. Tot ik zeg dat het geld op is, hoewel ik nog een flinke bundel in mijn binnenzak heb opgeborgen. Een appeltje voor de echte dorst. Royaal genoeg om te dienen als voorschot op “Ceci n’est pas une pipe”…

Het is al klaar dag als we de laatste deur achter ons dichttrekken. Stralend weer. Post Scriptum zet het dak van zijn sportwagen open zodat we volop verse lucht kunnen happen. Hij jaagt die kar met rokende banden de weg op richting De Haan, waar hij een vakantiehuis heeft. Ik mag bij hem blijven logeren, in zijn Paleis der Zeven Droefheden, zoals hij het noemt. Dan halen we mijn auto, die in Brugge is blijven staan, morgen wel op. Hij raast over de weg als een gek. Ik zit hem behoorlijk te knijpen en smeek hem om wat vaart te minderen. Hij steekt nog wat gas bij. Hij joelt als een cowboy op een rodeopaard.

Ik weet niet hoe het komt, ik zal de flappen niet zorgvuldig genoeg hebben weggestoken. In elk geval heeft hij ze in één haal uit mijn zak gevingerd. ‘Wij hadden toch afgesproken dat we alles zouden opmaken? Geld achterhouden! Wat zijn dat nou voor manieren?’ We scheuren net over een brug. En terwijl PS uiting geeft aan zijn verontwaardiging gooit hij die hele godverdomde handel hoog de lucht in. Ik kan alleen omkijken en machteloos toezien hoe de bankbiljetten door de luchtverplaatsing van de wagen alle kanten uit vliegen, op de rijweg en aan beide kanten het dok in. Ik sommeer hem te stoppen om op te rapen wat nog te recupereren valt. Hij lacht me vierkant uit. ‘Wij waren akkoord om alles op te maken. Niet? Wel, nu is het op!’

De enige vraag die ik Post Scriptum vandaag wenste te stellen, had ik willen bewaren tot het laatst. De hamvraag over de Pijp. Où est la Pipe? Ze ligt al dagen te branden op mijn tong. Ik heb er een tabaksmaak in mijn mond van gekregen. Ik had er niet iedere keer opnieuw willen over beginnen om zijn wrevel niet op te wekken. Ik spreek er je zelf wel over op het gepaste ogenblik, had hij me gezegd. Ik moest niet steeds weer over hetzelfde zeuren. Ik slik de vraag even gauw weer in wanneer hij het gaspedaal kordaat tot op tegen plank trapt en de wagen op twee banden door de bocht laat scheuren. Zot! Die kerel is gewoon knetter. Ik kan me nergens vastklampen. Ik mag voor mijn leven beginnen te vrezen.

Duisterlichtweb

346 pagina's l ISBN 978 90 78902 23 2 l 18,90 €

terug
Welkom Reacties